| |
´greenwashers´ Jim Lobe. - 06.05.2002 11:41
Californisch hooggerechtshof zegt ´greenwashers´ de wacht aan. WASHINGTON, 6 mei 2002 - Amerikaanse bedrijven kunnen geen aanspraak maken op de vrijheid van meningsuiting bij acties om het publiek in te lichten over de manier waarop hun producten zijn gemaakt. Als ze daarover verkeerde of misleidende reclameboodschappen of mededelingen verspreiden, kunnen ze ter verantwoording worden geroepen. Dat is de kern van een vonnis dat het Californische hooggerechtshof eind vorige week heeft geveld in de zaak van de Californische milieu-activist Marc Kasky tegen sportschoenengigant Nike. Kasky had Nike in 1998 aangeklaagd omdat de onderneming volgens hem mist bleef spuiten rond de arbeidsomstandigheden bij zijn Aziatische onderaannemers. Amerikaanse activisten die de grote bedrijven in de VS proberen te dwingen wereldwijd strenge ecologische en sociale normen na te leven, bejubelen de uitspraak. Ze zien het vonnis als een doorbraak in hun strijd tegen de dure mediacampagnes waarmee bedrijven terechte kritiek proberen te ontzenuwen. "Dit is een waarschuwing aan het adres van alle ´greenwashers´ - wat ze zeggen moet weergeven wat ze doen," zegt Josh Karliner, de directeur van het Californische CorpWatch. ´Greenwashers´ zijn bedrijven die zich ten onrechte een groen of een sociaal imago proberen aan te meten. "Deze uitspraak schept mogelijkheden om allerlei uitspraken van bedrijven aan te vallen," vindt Jeff Ballinger, een sociale activist die verbonden is aan de universiteit van Harvard en mee aan de oorsprong ligt van de golf van kritiek die Nike halverwege de jaren 90 begon te krijgen vanwege de uitbuiting in zijn toeleveringsbedrijven in Indonesië. Nike, een onderneming met zo´n 700 nederzettingen in meer dan 50 landen, zal naar eigen zeggen waarschijnlijk in beroep gaan tegen de uitspraak bij het federale hooggerechtshof. De onderneming, die haar verkoopcijfers in de jaren 80 en begin de jaren 90 exponentieel zag stijgen dankzij een uitgekiende en agressieve reclamestrategie, begon die communicatieve expertise daarna ook in te zetten tegen de critici die de onderneming begonnen te verwijten geen oog te hebben voor de misstanden bij zijn Aziatische toeleveranciers. Via advertenties, lezersbrieven en voordrachten beklemtoonde Nike dat zijn toeleveranciers zich overal hielden aan de lokale bepalingen inzake minimumlonen, overuren, veiligheid en zorg voor het milieu. Nike nam ook het consultancy-bureau Goodworks International onder de arm om in sommige van zijn bedrijven een kijkje te gaan nemen; de positieve resultaten van dat onderzoek werden over paginagrote advertenties uitgesmeerd. Maar de critici van Nike beweerden dat de stellingen van de onderneming - en de conclusies van de audit van Goodworks International - misleidend waren en de waarheid zelfs echt geweld aandeden. Gebruik makend van de verregaande rechten die consumenten in Californië hebben, diende Marc Kasky in 1998 klacht in tegen Nike - volgens hem had de onderneming zich schuldig gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken door valse informatie te verspreiden over de arbeidsomstandigheden bij zijn Aziatische toeleveranciers. De zaak Kasky vs. Nike draait vooral om de definitie van de communicatie-inspanningen van Nike. Het kamp van Kasky vindt dat het om "commerciële uitingen" gaat, en dat de onderneming dus niet zomaar kan schrijven wat ze wil. Nike stelt dat het door zijn versie van de feiten weer te geven over een controversieel onderwerp deelneemt aan een publiek debat. De voordrachten, persmededelingen en advertenties waarmee dat gebeurt moeten dus gezien worden als "niet-commerciële uitingen", die beschermd zijn door de grondwettelijk gewaarborgde vrijheid van meningsuiting. De rechtbank in eerste aanleg en het hof van beroep volgden de argumentatie van Nike, maar vier van de zeven magistraten van het Californische hooggerechtshof die zich daarna over de zaak bogen, bleken meer te voelen voor de argumentatie van Kasky. "Wannneer een onderneming feitelijke informatie geeft over haar producten of haar activiteiten, moet ze daarbij trouw blijven aan de waarheid," vatte rechter Joyce Kennard het vonnis van de meerderheid van het hof samen. "Uitingen van bedrijven zijn commercieel als de waarschijnlijkheid groot is dat ze consumenten zullen beïnvloeden bij hun commerciële beslissingen. Voor een significant deel van de consumenten spelen de arbeidsvoorwaarden bij de productie bij die beslissingen zeker een rol." (ips) Website: http://www.DeWaarheid.nu |
aanvullingen | | |